Over mijn autonome werk

Mijn beelden gaan over waarnemen.

Het gaat me om kleur, om vorm, om ruimte en ruimtelijkheid, om licht en atmosfeer, om de verschijningsvorm van het tastbare, niet om de betekenis ervan. Er ligt geen doelstelling anders dan een beeldende ten grondslag aan dat wat ik maak. Geen vertelling of voorstelling, geen statement, geen moraal, slechts een ‘zijn’.

Een schilderij is voor mij op de eerste plaats doek en verf en kan pas in de tweede plaats de illusie van een andere wereld of ruimte opwekken.

Mijn beelden maak ik dan ook het liefst stil en minimaal om alle ruimte vrij te laten voor de waarneming. Alle storende elementen laat ik weg. Geen opsmuk, geen verbloeming, geen verfraaiing. Een goed beeld moet mooi, interessant en fascinerend zijn. Het moet zonder uitleg je aandacht vasthouden. Het moet er zijn en daarmee alles gezegd hebben.

Verwondering over de visuele werkelijkheid zet mij aan tot het maken van beelden.

Ik wil met mijn beelden die verwondering weer oproepen, bij mij en degene die mijn werk bekijken. Wat ik wil bewerkstelligen is gefascineerd raken door de visuele prikkel die je krijgt en je bewust worden van die visuele prikkel; bewust zien, bewust ervaren.

Ik kijk naar de wereld en deel die op in grote vlakken, waarbij alleen de ruimte nog van belang is.

Niet de voorwerpen, niet de details, niet de kleur om zichzelf, niet de vorm om zichzelf. Kleur, vorm en compositie zijn de middelen in dienst van de ruimtelijke werking. De beleving van een ruimte bestaat alleen ter plekke en op het moment van kijken zelf. Zodra je je ogen sluit is de beleving weg. Er onstaat een werk dat de werkelijkheid niet verbeeld, maar in eerste plaats onderdeel van de werkelijkheid is.